thumb

TIEN BABY WEETJES OP EEN RIJ

1.  Een baby heeft 300 botten. Een aantal groeit nog aan elkaar vast, zodat er uiteindelijk 206 overblijven.

2.  Een baby heeft duizenden smaakpapillen. Ze zitten niet alleen op de tong maar aan de hele binnenzijde van de mond. Hierdoor zijn baby’s erg gevoelig voor smaak: ze hebben een voorkeur voor mild smaak, omdat scherpe smaken te uitgesproken zijn. Na verloop van tijd verdwijnen de meeste smaakpapillen: tegen de tijd dat we dertig zijn, hebben we er nog maar zo’n 250 over.

3.  In de eerste weken na de geboorte huilt een baby zonder tranen. Ergens tussen de drie en twaalf weken komt er voldoende traanvocht vrij om druppels te produceren.

4.  Baby’s kunnen erg slecht zien. Alles wat zich verder dan enkele decimeters bevindt, zien ze in een waas. Na ongeveer een jaar zien ze alles ongeveer even goed als volwassenen. Baby's kunnen in de eerste maand vooral sterk contrasterende kleur zien zoals zwart-wit.

5.  Baby’s die in de eerste maand relatief snel groeien, hebben op latere leeftijd gemiddeld een iets hoger IQ.

6.  Slapende baby’s registreren met welke emoties volwassenen in hun omgeving praten. Met de hulp van scans kan men zien wat er gebeurt met de baby hersenactiviteit. Baby's hebben een andere hersenactiviteit wanneer er rustig met elkaar wordt gesproken dan wanneer er ruzie wordt gemaakt.

7.  Het binnenoor is het enige orgaan dat bij de geboorte ‘af’ is. Al halverwege de zwangerschap is het volgroeid.

8.  Te vroeg geboren baby’s hebben vaak de hik, omdat hun longen nog minder ontwikkeld zijn.

9.  Baby’s van vijf maanden oud zijn al in staat om de stemming van leeftijdsgenootjes te herkennen.

10. Zes maanden na de geboorte kunnen baby’s hun eigen naam herkennen in een vloeiend uitgesproken zin. Ook het eerste woord ná hun naam wordt vaak opgepikt. Zo breken baby’s zinnen op in stukjes om ze beter te kunnen begrijpen.

thumb

Bron: Quest

Publicatiedatum: 17 januari 2019